Karakteristieke diagrammen Aparte versterker Digitale nabijheidssensor ER-N-reeks

ER-NH028

Bereik - Kenmerken detectiehoeveelheid (Typisch voorbeeld)

Verschil in kenmerken afhankelijk van de afstellingsomstandigheden (bedrijfsmodus: normaal)

Verschil in kenmerken afhankelijk van de bedrijfsmodus (oorsprongsafstelling zonder detecteerbaar object)

[Bedrijfsmodus: normaal]

[Bedrijfsmodus: hybride]

[Bedrijfsmodus: magnetisch metaal]

[Bedrijfsmodus: niet-magnetisch metaal]

Diagram detectiegebied (Typisch voorbeeld)

Wanneer de oorsprong is ingesteld zonder detecteerbaar object, en wanneer het middelpunt van de sensor is uitgelijnd met het detecteerbare object op 100% of 50% van het stabiele detectiebereik, wordt de weergegeven waarde gebruikt als de ingestelde waarde.

Detecteerbare objectgrootte: 5 mm × 5 mm, dikte t = 1 mm (standaard detecteerbare objectgrootte), normale modus

Detecteerbaar object: ijzer (SPCC)

Detecteerbaar object: aluminium (A5052)

De detecteerbare afstand is afhankelijk van de grootte en het materiaal van het te detecteren object (Typisch voorbeeld)

Wanneer een standaard detecteerbaar object op 50% van het stabiele detectiebereik wordt geplaatst, en wanneer de tweepuntsafstelling wordt uitgevoerd zonder detecteerbaar object, wordt de waarde die wordt gemeten wanneer het standaard detecteerbare object zich op 100% van het stabiele detectiebereik bevindt gebruikt als ingestelde waarde.
De detecteerbare afstand wordt korter wanneer de bedrijfsmodus is ingesteld op magnetisch of niet‑magnetisch metaal.

Detecteerbare objectgrootte: 5 mm × 5 mm, dikte = t mm

Effect van de dikte van het detecteerbare object

Detecteerbare objectgrootte: X × X, dikte t = 1 mm

Effect van de grootte van het detecteerbare object

ER-NH038

Bereik - Kenmerken detectiehoeveelheid (Typisch voorbeeld)

Verschil in kenmerken afhankelijk van de afstellingsomstandigheden (bedrijfsmodus: normaal)

Verschil in kenmerken afhankelijk van de bedrijfsmodus (oorsprongsafstelling zonder detecteerbaar object)

[Bedrijfsmodus: normaal]

[Bedrijfsmodus: hybride]

[Bedrijfsmodus: magnetisch metaal]

[Bedrijfsmodus: niet-magnetisch metaal]

Diagram detectiegebied (Typisch voorbeeld)

Wanneer de oorsprong is ingesteld zonder detecteerbaar object, en wanneer het middelpunt van de sensor is uitgelijnd met het detecteerbare object op 100% of 50% van het stabiele detectiebereik, wordt de weergegeven waarde gebruikt als de ingestelde waarde.

Detecteerbare objectgrootte: 5 mm × 5 mm, dikte t = 1 mm (standaard detecteerbare objectgrootte), normale modus

Detecteerbaar object: ijzer (SPCC)

Detecteerbaar object: aluminium (A5052)

De detecteerbare afstand is afhankelijk van de grootte en het materiaal van het te detecteren object (Typisch voorbeeld)

Wanneer een standaard detecteerbaar object op 50% van het stabiele detectiebereik wordt geplaatst, en wanneer de tweepuntsafstelling wordt uitgevoerd zonder detecteerbaar object, wordt de waarde die wordt gemeten wanneer het standaard detecteerbare object zich op 100% van het stabiele detectiebereik bevindt gebruikt als ingestelde waarde.
De detecteerbare afstand wordt korter wanneer de bedrijfsmodus is ingesteld op magnetisch of niet‑magnetisch metaal.

Detecteerbare objectgrootte: 5 mm × 5 mm, dikte = t mm

Effect van de dikte van het detecteerbare object

Detecteerbare objectgrootte: X × X, dikte t = 1 mm

Effect van de grootte van het detecteerbare object

ER-NH054(G)

Bereik - Kenmerken detectiehoeveelheid (Typisch voorbeeld)

Verschil in kenmerken afhankelijk van de afstellingsomstandigheden (bedrijfsmodus: normaal)

Verschil in kenmerken afhankelijk van de bedrijfsmodus (oorsprongsafstelling zonder detecteerbaar object)

[Bedrijfsmodus: normaal]

[Bedrijfsmodus: hybride]

[Bedrijfsmodus: magnetisch metaal]

[Bedrijfsmodus: niet-magnetisch metaal]

Diagram detectiegebied (Typisch voorbeeld)

Wanneer de oorsprong is ingesteld zonder detecteerbaar object, en wanneer het middelpunt van de sensor is uitgelijnd met het detecteerbare object op 100% of 50% van het stabiele detectiebereik, wordt de weergegeven waarde gebruikt als de ingestelde waarde.

Detecteerbare objectgrootte: 5 mm × 5 mm, dikte t = 1 mm (standaard detecteerbare objectgrootte), normale modus

Detecteerbaar object: ijzer (SPCC)

Detecteerbaar object: aluminium (A5052)

De detecteerbare afstand is afhankelijk van de grootte en het materiaal van het te detecteren object (Typisch voorbeeld)

Wanneer een standaard detecteerbaar object op 50% van het stabiele detectiebereik wordt geplaatst, en wanneer de tweepuntsafstelling wordt uitgevoerd zonder detecteerbaar object, wordt de waarde die wordt gemeten wanneer het standaard detecteerbare object zich op 100% van het stabiele detectiebereik bevindt gebruikt als ingestelde waarde.
De detecteerbare afstand wordt korter wanneer de bedrijfsmodus is ingesteld op magnetisch of niet‑magnetisch metaal.

Detecteerbare objectgrootte: 5 mm × 5 mm, dikte = t mm

Effect van de dikte van het detecteerbare object

Detecteerbare objectgrootte: X × X, dikte t = 1 mm

Effect van de grootte van het detecteerbare object

ER-NH080(G)

Bereik - Kenmerken detectiehoeveelheid (Typisch voorbeeld)

Verschil in kenmerken afhankelijk van de afstellingsomstandigheden (bedrijfsmodus: normaal)

Verschil in kenmerken afhankelijk van de bedrijfsmodus (oorsprongsafstelling zonder detecteerbaar object)

[Bedrijfsmodus: normaal]

[Bedrijfsmodus: hybride]

[Bedrijfsmodus: magnetisch metaal]

[Bedrijfsmodus: niet-magnetisch metaal]

Diagram detectiegebied (Typisch voorbeeld)

Wanneer de oorsprong is ingesteld zonder detecteerbaar object, en wanneer het middelpunt van de sensor is uitgelijnd met het detecteerbare object op 100% of 50% van het stabiele detectiebereik, wordt de weergegeven waarde gebruikt als de ingestelde waarde.

Detecteerbare objectgrootte: 10 mm × 10 mm, dikte t = 1 mm (standaard detecteerbare objectgrootte), normale modus

Detecteerbaar object: ijzer (SPCC)

Detecteerbaar object: aluminium (A5052)

De detecteerbare afstand is afhankelijk van de grootte en het materiaal van het te detecteren object (Typisch voorbeeld)

Wanneer een standaard detecteerbaar object op 50% van het stabiele detectiebereik wordt geplaatst, en wanneer de tweepuntsafstelling wordt uitgevoerd zonder detecteerbaar object, wordt de waarde die wordt gemeten wanneer het standaard detecteerbare object zich op 100% van het stabiele detectiebereik bevindt gebruikt als ingestelde waarde.
De detecteerbare afstand wordt korter wanneer de bedrijfsmodus is ingesteld op magnetisch of niet‑magnetisch metaal.

Detecteerbare objectgrootte: 10 mm × 10 mm, dikte = t mm

Effect van de dikte van het detecteerbare object

Detecteerbare objectgrootte: X × X, dikte t = 1 mm

Effect van de grootte van het detecteerbare object

ER-NH100(G)

Bereik - Kenmerken detectiehoeveelheid (Typisch voorbeeld)

Verschil in kenmerken afhankelijk van de afstellingsomstandigheden (bedrijfsmodus: normaal)

Verschil in kenmerken afhankelijk van de bedrijfsmodus (oorsprongsafstelling zonder detecteerbaar object)

[Bedrijfsmodus: normaal]

[Bedrijfsmodus: hybride]

[Bedrijfsmodus: magnetisch metaal]

[Bedrijfsmodus: niet-magnetisch metaal]

Diagram detectiegebied (Typisch voorbeeld)

Wanneer de oorsprong is ingesteld zonder detecteerbaar object, en wanneer het middelpunt van de sensor is uitgelijnd met het detecteerbare object op 100% of 50% van het stabiele detectiebereik, wordt de weergegeven waarde gebruikt als de ingestelde waarde.

Detecteerbare objectgrootte: 10 mm × 10 mm, dikte t = 1 mm (standaard detecteerbare objectgrootte), normale modus

Detecteerbaar object: ijzer (SPCC)

Detecteerbaar object: aluminium (A5052)

De detecteerbare afstand is afhankelijk van de grootte en het materiaal van het te detecteren object (Typisch voorbeeld)

Wanneer een standaard detecteerbaar object op 50% van het stabiele detectiebereik wordt geplaatst, en wanneer de tweepuntsafstelling wordt uitgevoerd zonder detecteerbaar object, wordt de waarde die wordt gemeten wanneer het standaard detecteerbare object zich op 100% van het stabiele detectiebereik bevindt gebruikt als ingestelde waarde.
De detecteerbare afstand wordt korter wanneer de bedrijfsmodus is ingesteld op magnetisch of niet‑magnetisch metaal.

Detecteerbare objectgrootte: 10 mm × 10 mm, dikte = t mm

Effect van de dikte van het detecteerbare object

Detecteerbare objectgrootte: X × X, dikte t = 1 mm

Effect van de grootte van het detecteerbare object

ER-NH035F

Bereik - Kenmerken detectiehoeveelheid (Typisch voorbeeld)

Verschil in kenmerken afhankelijk van de afstellingsomstandigheden (bedrijfsmodus: normaal)

Verschil in kenmerken afhankelijk van de bedrijfsmodus (oorsprongsafstelling zonder detecteerbaar object)

[Bedrijfsmodus: normaal]

[Bedrijfsmodus: hybride]

[Bedrijfsmodus: magnetisch metaal]

[Bedrijfsmodus: niet-magnetisch metaal]

Diagram detectiegebied (Typisch voorbeeld)

Wanneer de oorsprong is ingesteld zonder detecteerbaar object, en wanneer het middelpunt van de sensor is uitgelijnd met het detecteerbare object op 100% of 50% van het stabiele detectiebereik, wordt de weergegeven waarde gebruikt als de ingestelde waarde.

Detecteerbare objectgrootte: 5 mm × 5 mm, dikte t = 1 mm (standaard detecteerbare objectgrootte), normale modus

Detecteerbaar object: ijzer (SPCC)

Detecteerbaar object: aluminium (A5052)

De detecteerbare afstand is afhankelijk van de grootte en het materiaal van het te detecteren object (Typisch voorbeeld)

Wanneer een standaard detecteerbaar object op 50% van het stabiele detectiebereik wordt geplaatst, en wanneer de tweepuntsafstelling wordt uitgevoerd zonder detecteerbaar object, wordt de waarde die wordt gemeten wanneer het standaard detecteerbare object zich op 100% van het stabiele detectiebereik bevindt gebruikt als ingestelde waarde.
De detecteerbare afstand wordt korter wanneer de bedrijfsmodus is ingesteld op magnetisch of niet‑magnetisch metaal.

Detecteerbare objectgrootte: 5 mm × 5 mm, dikte = t mm

Effect van de dikte van het detecteerbare object

Detecteerbare objectgrootte: X × X, dikte t = 1 mm

Effect van de grootte van het detecteerbare object

ER-NH048F

Bereik - Kenmerken detectiehoeveelheid (Typisch voorbeeld)

Verschil in kenmerken afhankelijk van de afstellingsomstandigheden (bedrijfsmodus: normaal)

Verschil in kenmerken afhankelijk van de bedrijfsmodus (oorsprongsafstelling zonder detecteerbaar object)

[Bedrijfsmodus: normaal]

[Bedrijfsmodus: hybride]

[Bedrijfsmodus: magnetisch metaal]

[Bedrijfsmodus: niet-magnetisch metaal]

Diagram detectiegebied (Typisch voorbeeld)

Wanneer de oorsprong is ingesteld zonder detecteerbaar object, en wanneer het middelpunt van de sensor is uitgelijnd met het detecteerbare object op 100% of 50% van het stabiele detectiebereik, wordt de weergegeven waarde gebruikt als de ingestelde waarde.

Detecteerbare objectgrootte: 15 mm × 15 mm, dikte t = 1 mm (standaard detecteerbare objectgrootte), normale modus

Detecteerbaar object: ijzer (SPCC)

Detecteerbaar object: aluminium (A5052)

De detecteerbare afstand is afhankelijk van de grootte en het materiaal van het te detecteren object (Typisch voorbeeld)

Wanneer een standaard detecteerbaar object op 50% van het stabiele detectiebereik wordt geplaatst, en wanneer de tweepuntsafstelling wordt uitgevoerd zonder detecteerbaar object, wordt de waarde die wordt gemeten wanneer het standaard detecteerbare object zich op 100% van het stabiele detectiebereik bevindt gebruikt als ingestelde waarde.
De detecteerbare afstand wordt korter wanneer de bedrijfsmodus is ingesteld op magnetisch of niet‑magnetisch metaal.

Detecteerbare objectgrootte: 15 mm × 15 mm, dikte = t mm

Effect van de dikte van het detecteerbare object

Detecteerbare objectgrootte: X × X, dikte t = 1 mm

Effect van de grootte van het detecteerbare object

ER-NH028U

Bereik - Kenmerken detectiehoeveelheid (Typisch voorbeeld)

Verschil in kenmerken afhankelijk van de afstellingsomstandigheden (bedrijfsmodus: normaal)

Verschil in kenmerken afhankelijk van de bedrijfsmodus (oorsprongsafstelling zonder detecteerbaar object)

[Bedrijfsmodus: normaal]

[Bedrijfsmodus: hybride]

[Bedrijfsmodus: magnetisch metaal]

[Bedrijfsmodus: niet-magnetisch metaal]

Diagram detectiegebied (Typisch voorbeeld)

Wanneer de oorsprong is ingesteld zonder detecteerbaar object, en wanneer het middelpunt van de sensor is uitgelijnd met het detecteerbare object op 100% of 50% van het stabiele detectiebereik, wordt de weergegeven waarde gebruikt als de ingestelde waarde.

Detecteerbare objectgrootte: 10 mm × 10 mm, dikte t = 1 mm (standaard detecteerbare objectgrootte), normale modus

Detecteerbaar object: ijzer (SPCC)

Detecteerbaar object: aluminium (A5052)

De detecteerbare afstand is afhankelijk van de grootte en het materiaal van het te detecteren object (Typisch voorbeeld)

Wanneer een standaard detecteerbaar object op 50% van het stabiele detectiebereik wordt geplaatst, en wanneer de tweepuntsafstelling wordt uitgevoerd zonder detecteerbaar object, wordt de waarde die wordt gemeten wanneer het standaard detecteerbare object zich op 100% van het stabiele detectiebereik bevindt gebruikt als ingestelde waarde.
De detecteerbare afstand wordt korter wanneer de bedrijfsmodus is ingesteld op magnetisch of niet‑magnetisch metaal.

Detecteerbare objectgrootte: 10 mm × 10 mm, dikte = t mm

Effect van de dikte van het detecteerbare object

Detecteerbare objectgrootte: X × X, dikte t = 1 mm

Effect van de grootte van het detecteerbare object

Hoe lees je detectiegebieddiagrammen?

De volgende afbeelding toont de positie van het AAN-punt wanneer het standaard detecteerbare object (zoals gespecificeerd in de specificaties) parallel aan de sensor wordt bewogen in de richting van de pijl.